Historisch Heusden: Kampeercentrum ‘De Klinkaert’ in Drunen

Foto: Jan van der Linden

Overgenomen uit ‘De brief uit de Drunense Haai’ van 12 april 1934, door Tinus van Padden: “Menheer, sprèkt us meensen uit de haai, bij meen op Giersbergen, op de Klinkaert, op de Pestaert en op de Fellenoord en vraagt us of tur zomers veul vrimden komen: dan moette us heuren wè veur un antwoord dè ge krijgt. Vrimden, of hier vrimden komen?

Dun heelen zomer deur zèn hier meensen uit Holland, die hier un week of langer blijven. Dè heurde nie altijd zoo wijd, mèr toch is het zoo. Ge moet mèr us in de goaten hauwen hoeveul padvinders ur jaorlijks hier in de haai komen en er un een tijke blijven. Joa kijk us, mee padvinders bedoel ik al die lui, die hier in un tent komen liggen in de haai. Ge vat wel, dèk hier wè algemeen zij’.

 De geschiedenis van camping De Klinkaert gaat terug tot medio 1939, toen op initiatief van burgemeester R. van der

Heijden het Klinkaertbosch, een terrein van 33 ha heide, wordt aangekocht. De aanleg van het kampeerterrein is uitgevoerd in werkverschaffing door een zestigtal arbeiders uit Drunen. Kort nadat de Tweede Wereldoorlog is uitgebroken is de camping klaar met een blokhut, een waterput en wat droogtoiletten. Na de oorlog wordt de camping begrijpelijk maar matig bezocht. Een hoogtepunt is er in april 1953 met het Beneluxkamp met 200 leden van de Kon. Ned. Toeristen Kampeerclub.

Halverwege de jaren ’50 is er een toenemende belangstelling voor kamperen, waarom de gemeenteraad besluit tot oprichting van een kampeercentrum. Aan architect L.G. Lentz uit Zwolle wordt opdracht gegeven een plan uit te werken. In april 1955 wordt door burgemeester Snels het plan gepresenteerd aan de gemeenteraad: dagcapaciteit 1000-1200 kampeerders, hoofdingang, hoofdgebouw met kantine en twee slaapzalen met elk 28 bedden, oriënteertafel, speelweide, tien bungalows, toiletgebouw en -huisje, kampwinkel, veldkapel, directeurswoning, etc. De kosten worden beraamd op ƒ625.000,-. Aannemer van der Aa uit Elshout krijgt de opdracht. In datzelfde jaar wordt ook ‘Stichting Kampeercentrum De Klinkaert’ opgericht. In het dagelijks bestuur nemen zitting; burgemeester A. Snels als voorzitter, pastoordeken L. Rooijackers als vicevoorzitter en gemeentesecretaris P. Elshout als secretaris. In de raadsvergadering van 14 november ’55 worden de tarieven vastgesteld. J. Bours uit Oss wordt benoemd tot de eerste directeur van de camping. Ondanks alle bouwactiviteiten in 1955 worden er in dat jaar ruim 25.000 overnachtingen geboekt.

Op zaterdag 28 april 1956 wordt de camping officieel geopend door G. Philippart, lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Eerder die ochtend is de camping reeds ingezegend door deken L. Rooijackers. Op 29 april en 6 mei is er een open dag voor de inwoners van Drunen, die druk bezocht wordt. Op 12 mei 1956 opent het kampeercentrum haar poorten met kampen voor groepen, gezinnen, jongens en meisjes.

Twee maanden na de opening blijkt dat het aantal bezoekers de verwachting overtreft. De camping wordt behalve door Nederlanders ook bezocht door; Belgen, Duitsers, Fransen en Canadese en Amerikaanse militairen. In 1958 wordt de camping uitgebreid met 30 bungalows. De bouw van deze bungalows wordt gegund aan aannemer van der Aa voor ƒ150.000. Op 1 mei van dat jaar neemt J. Bours zijn ontslag als directeur van de camping. Zijn opvolger wordt H. Pilet uit Nijmegen. Tot 1961 worden er verliezen geleden, daarna is er een bescheiden winst. Het aantal overnachtingen stijgt elk jaar. In 1964 komt een lang gekoesterde wens van het bestuur uit met de opening van het gemeentelijk zwembad aan de Hoge Schijf. In hetzelfde jaar opent P. Mommersteeg zijn manege ‘De Klinkaert’ in een omgebouwde oude boerderij. Voor de kinderen is er elke dag een recreatieprogramma en in de avonden zijn er veelal dansavonden. Het echtpaar Moerman houdt de camping vele jaren draaiende.

In 1966 beschikt men over 600 kampeerplekken, in het hoogseizoen dagelijks om en nabij 2500 vakantiegangers en een jaartotaal van 115.000 overnachtingen. Een waar genoegen voor Drunense middenstand. Door de aanleg van de Maasroute is er in 1965 vlakbij ook een ongeveer 7 hectare grote roeivijver of recreatieplas gekomen. In 1967 wordt de camping grondig opgeknapt en de toiletgebouwen gemoderniseerd. Er worden drie nieuwe gezinsterreinen aangelegd met alle faciliteiten. Bij het hoofdgebouw wordt een badhuis met wasserette gebouwd. Al met al een investering van ruim ƒ80.000. In de opvolgende jaren zijn er jaarlijks investeringen, groeit het aantal overnachtingen en wordt een kleine winst gerealiseerd. In 1970 is er een record met 140.991 overnachtingen.

 

Op het einde van de jaren zeventig is het centrum op haar retour. Vakantiegangers worden meer en meer ontevreden over het sanitair, de prijzen in de kampwinkel en de kampeertarieven. Er is een verschuiving naar vaste staanplaatsen voor caravans. De veelvuldige militaire oefeningen geven veel hinder. Ook het niet doorgaan van het gemeentelijke plan om samen met bierbrouwerij ‘De Drie Hoefijzers’ en Drunenaar Mari van Kessel de roeivijver voor het toerisme te bestemmen. Het kampeercentrum gaat dus niet echt met de tijd mee en de concurrentie van de vakantieparken met meer speelgelegenheden wordt steeds groter (bv. Center Parcs – Sporthuis Centrum. Ook worden de jaarlijkse verliezen steeds groter.

In 1987 besluit het Stichtingsbestuur om het centrum te privatiseren en vervolgens uit te zien naar een koper. Die koper wordt in mei 1988 gevonden en het centrum wordt formeel op 7 november van dat jaar verkocht aan Marc Taminiau. Wel met de voorwaarde dat Gemeente Drunen medewerking verleent aan de bouw van honderdenvijftig recreatiewoningen. Taminiau is op dat moment ook druk doende met de ontwikkeling van het kinderthemapark ‘Het Land van Ooit’ en een kampeercentrum op enkele minuten afstand past wel in zijn plan. Taminiau besluit in 1989 de camping open te houden en in dat jaar de plannen voor het kampeercentrum te ontwikkelen. De naam ‘Klinkaert’ wordt veranderd in ‘Ridderspoor’. Maar de plannen worden in november 1989 geblokkeerd door Natuurmonumenten. Er blijkt op 11 januari 1985 een overeenkomst gemaakt te zijn tussen Provincie Noord-Brabant en Gemeente Drunen dat op het kampeercentrum niet meer gebouwd wordt. Alles wat gesloopt wordt mag niet eens meer worden opgebouwd. Voor Natuurmonumenten moet het centrum deel gaan uitmaken van het Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen.

De brief is door gemeente Drunen over het hoofd gezien en de camping is op onjuiste gronden aan Taminiau verkocht. Dus moet het alsnog verkocht worden aan Natuurmonumenten en uiteindelijk is het gebied teruggegeven aan de natuur en herinneren nu nog een asfaltweg en enkele kampeerweiden aan het bestaan van het vroegere kampeercentrum.

Bart Beaard

 Entree van het centrum aan de Duinweg in Drunen. Collectie Jan van der Linden.

Hoofdgebouw met kantine, keuken, slaapzalen en kantoor. Collectie Jan van der Linden.

 4 Persoons bungalow, type ’Edelweiss’. Collectie Jan van der Linden.

Kamperen op één van de vele kampeervelden. Collectie Jan van der Linden.

Begin de dag met het nieuws uit je gemeente met de gratis Nieuwsbrief. KLIK HIER en meld je aan.
Aanvoerder van het lokale nieuws.

 

 

Reacties